OK

De basisbeginselen van stolling
From THROMBOpedia

  1. Bloedstolling

  2. Vaatwand en endotheel

  3. De trombocyt

  4. Fibrinestolselvorming
  5. Remmers van de bloedstolling
  6. Fibrinolyse

Bloedstolling
De bloedstolling kan theoretisch in drie delen worden gesplitst. Het eerste deel betreft het proces van primaire hemostase, waarbij de trombocyten plakken aan de vaatwand en een bloedprop vormen. Hier na wordt een stevig bloedstolsel met fibrine gevormd met hulp van de stollingsfactoren. Ten slotte kan enige tijd nadat de vaatwand is gerepareerd, het bloedstolsel worden opgeruimd. Dit is het proces van fibrinolyse. In de praktijk kunnen deze processen simultaan verlopen. De drie belangrijkste spelers bij de bloedstolling zijn de vaatwand en het endotheel, de trombocyt en de (anti)stollingsfactoren.

Vaatwand en endotheel
De primaire hemostase is het begin van de bloedstolling en vindt zijn oorsprong in een defect in de vaatwand. Bij het ontstaan van een defect in de vaat wand komen structuren die onder het endotheel liggen, waarvan vooral collageen en ook fibronectine van belang zijn, in aanraking met bloed (figuur 1). Collageen bindt aan de bloedplaatjesreceptor glycoproteïne-VI. Voorts bindt glycoproteïne-Ib-V-IX-receptor, dat op de celmembraan van de trombocyt zit met de aan collageen gebonden von-Willebrandfactor (vWf). Hierdoor ontstaat een directe verbinding tussen het subendotheel (collageen) en de trombocyt (Ib-V-IX-receptor), waarbij de vWf een ligand vormt. Adhesie van collageen aan glycoproteïne VI resulteert in activatie van intracellulaire signaaltransductiepaden in de trombocyt. Dit leidt tot een vormverandering (shape change) van de geactiveerde trombocyt. Hierdoor komt een andere receptor van de trombocyt (glycoproteïne-IIb-IIIa-receptor) door omkering van de plaatjesmembraan (flip-flop) aan het oppervlak van de trombocyt. Vervolgens kunnen er door fibrinogeen of andere eiwitten, zoals vitronec tine en trombospondine, verbindingen worden gemaakt met andere trombocyten (figuur 2). Dit leidt tot aggregatie van trombocyten.
Deficiënties van elk van de genoemde receptoren of liganden leiden tot een verminderde functie van de primaire hemostase en ten gevolge daarvan een verhoogde bloedingsneiging. De ziekte van von Willebrand is hierbij de meest voorkomende aandoening. Deze autosomaal dominante aando ening wordt veroorzaakt door een tekort of afwezigheid van de vWf. Hierdoor wordt minder of geen verbinding gemaakt tussen het beschadigde endotheel en de trombocyt. Dit geeft een verhoogde bloedingsneiging, daarbij de ernst van de aandoening afhankelijk is van de concentratie van de vWf. De verhoogde bloedingsneiging uit zich met name in slijmvliesbloedingen (tandvlees, hevige menstruaties). Voorts is de vWf het carrier-eiwit van factor VIII. Hierdoor is bij een ernstig tekort van de vWf ook factor VIII verlaagd. Dit resulteert dan naast een afwijkende primaire hemostase ook in een gestoorde fibrinevorming.
 

 


U bent nu hier: NL > Zorgverleners > Basisbeginselen