OK

Veelgestelde vragen over trombose

De veelgestelde vragen zijn onderverdeeld in verschillende onderdelen. Klik op een vraag om het antwoord te lezen.

Een groot deel van de vragen is samen gesteld met dank aan de Federatie Nederlandse Trombosediensten (FNT).
 

Trombose
Waarom antistollingsmedicijnen?

Wanneer het hart zichzelf niet meer volledig leegpompt, blijft er “wat bloed in het hart stilstaan”. In dat bloed kan makkelijker een stolsel ontstaan. Als er eenmaal een stolsel in het hart zit, kan de bloedstroom het meenemen en ergens een slagader verstoppen. Meestal gaat zo’n stolsel naar het hoofd, waardoor een hersenberoerte (CVA) kan ontstaan. Antistolling verkleint de kans op een stolsel en dus ook de kans op een CVA.

Wanneer schrijft een arts een antistollingsbehandeling voor?

Een antistollingsbehandeling wordt voorgeschreven wanneer er sprake is van een (verhoogde kans op) stolselvorming in hart of bloedvaten (trombose of embolie). Voorbeelden: onregelmatige hartslag, kunstklep in het hart, sommige andere hartafwijkingen, vaatvernauwing, vaatoperaties, (kans op) een trombosebeen of longembolie.

Wat moet ik doen bij een darminfectie?

Vraag zo snel mogelijk advies aan een arts en meld hierbij dat u antistollingsmedcijnen gebruikt. Darminfecties kunnen hevige diarree geven. In geval van diarree kan uw INR ernstig verstoord raken. Behandeling van de diarree is dus heel belangrijk. Ook de voorgeschreven geneesmiddelen kunnen de INR beïnvloeden. Neem ook contact op met uw doseringsarts. Extra controle van de INR is noodzakelijk.

Kan ik met vakantie als ik trombose heb?

Ja, juist met het zelfmeetapparaat heeft u de vrijheid om op elke plek, ook op vakantie u waarde te meten. Hebt u recent een trombose gehad, overlegt u dan met uw arts over uw vakantie. Het kan zijn dat veelvuldige controle nodig is bij het starten van een antistollingsbehandeling. Bent u reeds onder controle, bespreek dan uw vakantieplannen wel altijd met de doseringsarts.

Ik krijg een griepprik... waar moeten mijn huisarts en ik op letten?

Het bericht RIVM/NHG (16-11-2009) over de wijze van toediening van de vaccinatie tegen 'de griep' onder andere bij patienten die 'bloedverdunnende' medicijnen gebruiken, luidt als volgt:

Voor de patiënt:
Als u bloedverdunners gebruikt dient u dit te melden aan de zorgverlener die de vaccinatie toedient omdat deze diep subcutaan (onder de huid) geïnjecteerd dient te worden.

Voor de zorgverlener:
Pandemrix en Focetria (beide geadjuveerde griepvaccins) zijn alleen geregistreerd voor intramusculaire toediening. Bij subcutane toediening kan het adjuvans mogelijk heftiger lokale reacties geven. Patiënten met een (aangeboren of verworven) stollingsstoornis hebben bij het toedienen van intramusculaire injecties echter een verhoogde kans op het krijgen van spierbloedingen. Daarom gelden onderstaande adviezen:

Bij de volgende patiënten wordt diep subcutane toediening geadviseerd:

  • patiënten met ernstige stollingsstoornissen zoals hemofilie of de ziekte van Von Willebrand;
  • patiënten die cumarinederivaten gebruiken
  • patiënten die therapeutisch heparine of fraxiparine gebruiken
  • patiënten die clopidogrel gebruiken in combinatie met hoog gedoseerde salicylaten (therapeutische dosering, zoals bv bij reuma)
  • Bij de volgende patiënten dient te worden overlegd met de behandelend specialist:
  • patiënten met een trombopathie
  • patiënten met een trombopenie en een trombocytenaantal < 50 x 109/l.
  • Bij de volgende patiënten kan het vaccin wel intramusculair worden toegediend, mits het langzaam wordt ingespoten:
  • patënten die salicylaten gebruiken
  • patiënten die clopidogrel gebruiken
  • patiënten die preventief fraxiparine gebruiken
Mag ik duiken?

Nee. Duiken en diepzeeduiken is met gebruik van antistollingsmedicijnen niet toegestaan. Al op 5 meter diepte hebt u risico op oog- en oorbloedingen. Snorkelen aan de oppervlakte en tot een diepte van maximaal 3 meter is wel toegestaan.

Hoe kom ik aan nieuwe teststrips en lancetten?

Wanneer uw teststips of lancetten op zijn, kunt u deze aanvragen door een bericht te sturen via uw eigen persoonlijk dossier. De bestelling wordt dan opgestuurd naar uw huisadres. Bestel wel altijd tijdig nieuwe strips en lancetten in verband met de levertijd.

Mag ik in de zon liggen en hoe lang?

Er kunnen bezwaren bestaan tegen langdurig zonnebaden. Ten aanzien van een trombose zelf bestaan geen bezwaren. Het kan wel zijn dat uw indicatie voor antistollingsbehandeling langdurig zonnebaden niet toestaat. Overleg hierover met uw behandelend specialist.

 

Hoe lang duurt een antistollingsbehandeling?

Een antistollingsbehandeling stopt pas als de kans op trombose of embolie heel klein is geworden, of verdwenen. Een andere reden voor beëindiging is de kans op een bloeding. Over de duur van de behandeling wordt beslist door uw behandelend arts en niet
door de trombosedienst. Bij sommige aandoeningen is een levenslange
antistollingsbehandeling noodzakelijk. Een tijdelijke antistollingsbehandeling komt o.a. voor na een orthopedische operatie (zes weken tot drie maanden), een trombosebeen (drie tot zes maanden) of een longembolie (zes maanden). Bij een erfelijke risicofactor bekijkt de arts individueel of (en hoe lang) de antistollingsbehandeling moet doorgaan.
De behandelend arts meld aan de trombosedienst wanneer u mag stoppen met de behandeling.
 

Hoe moet ik omgaan met hoogteverschillen?

Langdurig verblijf boven 3.000 meter vraagt om aanpassing. Hoogteverschillen op zich vragen geen speciale aanpassing. Bent u langdurig boven een hoogte van 3.000 meter, dan kan uw INR hoger worden en is extra controle wenselijk (met behulp van uw zelfmeetapparatuur). Bij het beoefenen van bergsporten is het belangrijk dat u oog hebt voor het gevaar van ongevallen met risico op een bloeding.

Kunnen sporten zoals waterskiën en sky-diving worden beoefend?

Neem geen onnodige risico’s. Sporten waarbij de kans op verwondingen aanwezig is, geven meer kans op het oplopen van ernstige bloedingscomplicaties. Blijvende schade kan het gevolg zijn. Oriënteer u goed op de risico’s alvorens dit soort sporten te beoefenen.

Wordt de behandeling van sBZ volledig vergoed door de zorgverzekeraar?

Zelfzorg bij sBZ wordt volledig vergoed vanuit het basispakket, wanneer u verzekerd bent bij een Nederlandse zorgverzekeraar, aangesloten bij Zorgverzekeraars Nederland. U heeft geen aanvullende verzekering nodig. Het enige dat wij nodig hebben is een verwijzing van uw arts en uw polisnummer. De factuur gaat direct naar uw verzekeraar. U hoeft zelf dus niets voor te schieten.

Mag ik vliegen als ik trombose heb?

Als u goed bent ingesteld op antistollingsmedicijnen mag u vliegen; ook langere vluchten zijn toegestaan. Toestemming van uw behandelend specialist is belangrijk. Het is van groot belang de voorschriften van sBZ en uw behandelend specialist nauwkeurig op te volgen. Het is ook belangrijk tijdens de vlucht voldoende water te drinken. Drink geen alcohol en koffie.

Mag ik alles eten en drinken tijdens mijn vakantie?

Volg zoveel mogelijk uw normale eetpatroon. In het algemeen is het niet verstandig te veel af te wijken van uw normale eetpatroon. Vermijd ook grote, wisselende hoeveelheden alcohol.

Hoe ga ik om met tijdsverschillen?

Bij kortdurende tijdsverschillen is het verstandig u te houden aan het voorgeschreven ritme en de tijden in Nederland. Bij langdurig verblijf in een andere tijdzone is het aan te raden om hetzelfde uur aan te houden, in de plaatselijke tijd waarop u ook in Nederland gewoon was uw medicijn in te nemen. Dus als u ’s avonds slikt in Nederland slikt u eveneens ’s avonds in het betreffende land. De kans op het vergeten van de tabletten is minder groot als u uw dagelijkse gewoonten aanhoudt.
Wanneer u uw INR waarde invoert op de site dient u eveneens de tijd in te voeren waarop u de INR heeft bepaald. Deze tijd moet dan wel de Nederlandse tijd zijn, zodat er voor de doseringsarts hierover geen verwarring kan ontstaan.
 

Mag ik van de sauna gebruikmaken?

Met toestemming van uw behandelend specialist is saunabezoek toegestaan, maar niet tijdens de eerste twee maanden van de antistollingsbehandeling. Saunabezoek in de eerste twee maanden na het doormaken van een trombose wordt afgeraden. Na deze periode zijn geen schadelijke effecten bekend van saunabezoek.


Antistollingsbehandeling
Hoe wordt een dosering bepaald?

De dosering van een antistollingsmiddel is individueel. Aan de hand van laboratoriumtests en de medische informatie wordt een persoonlijke dosering vastgesteld. Een regelmatige controle van het bloed is echter noodzakelijk, omdat allerlei andere medicijnen, ziektes en uw levensstijl de bloedstolling kunnen beïnvloeden.

Mag ik tijdens mijn antistollingsbehandeling ook borstvoeding geven?

Coumarines zijn niet gevaarlijk bij borstvoeding. Wel bevat de moedermelk minder vitamine K. Als het kind geen bijvoeding krijgt, geeft u het kind eventueel extra vitamine K. Overleg hierover met uw arts.

Wat is de streefwaarde van de INR?

De antistollingswaarden die hoog genoeg zijn om een embolie te verhinderen en laag genoeg om geen bloedingscomplicaties te krijgen, noemen we streefwaarden of therapeutische range. Deze kunnen verschillen per patiënt. Er worden hierbij, afhankelijk van de reden van het antistollingsgebruik, twee streefwaardes aangehouden. In sommige gevallen is er een afwijkende streefwaarde. sBZ houdt hierbij de streefwaarde aan volgens de nieuwste (CBO-) richtlijn, namelijk 2.0-3.0 en 2,5-3.5.

Wat is INR?

De eenheid waarin de uitslag van de stollingsbepaling wordt weergegeven heet INR (International Normalized Ratio). De INR is een maat waarmee de mate van antistolling wordt weergegeven. Deze maat is internationaal vastgesteld. De INR moet zich altijd binnen een bepaalde marge bevinden. Deze marge is afhankelijk van de aandoeningen waarvoor u bij de trombosedienst onder behandeling bent.

Hoeveel strips worden er per jaar vergoed?

Per jaar worden 60 strips vergoed. U heeft dus strips om gemiddeld 1 keer per week uw INR waarde te controleren en u houdt een aantal strips over als reserve. Bij een stabiele instelling van de INR waarde is het uiteraard niet nodig om wekelijks te prikken zodat u aan 60 strips ruim voldoende zou moeten hebben.

Waarom schommelen de uitslagen?

Wanneer u zelf uw INR waarde meet, weet u uit eigen ervaring dat de INR kan variëren. Soms is de oorzaak duidelijk, bijvoorbeeld als vergeten wordt de tabletten in te nemen. In andere gevallen is de oorzaak minder duidelijk. Omdat bij iedereen tijdens de behandeling de INR kan variëren is het noodzakelijk de instelling regelmatig te controleren. Bij stabiele instelling zal de controle mogelijk eens per zes weken kunnen plaatsvinden en bij een mindere stabiele instelling vaker (soms zelfs twee maal per week).
Factoren die invloed hebben op de INR zijn therapietrouw van tabletten, tijdstip van inname, andere geneesmiddelen, voeding, alcohol en lichamelijke en geestelijke gesteldheid.
 

Wat moet ik doen als ik een ingreep, bijvoorbeeld van de tandarts, moet ondergaan?

Geeft u dit altijd door aan de doseerarts via de berichtenservice van de website. Uw doseerarts kan u dan advies geven over de behandeling van antistollingstabletten rondom de ingreep. Ook moet u de tandarts inlichten over uw antistolling begeleiding.

Hoe kan ik makkelijk een goede bloeddruppel krijgen?

Was eerst uw handen met warm water en zeep. Gebruik geen alcohol, dit maakt het lastiger een mooie druppel te verkrijgen. Kies vervolgens een vinger en masseer deze zachtjes alvorens te prikken. U zou voor het prikken eerst een dun laagje vaseline op uw vinger kunnen aanbrengen. De bloeddruppel die u vervolgens na het prikken krijgt, blijft op die manier een mooie druppel die niet uitloopt over uw vinger. De vaseline heeft geen invloed op de meting. Mocht dit niet helpen dan kunt u contact opnemen met ons en zullen we kijken of wij u verder kunnen helpen. Neem gerust na het gebruik van twee strips direct contact op.

Wat moet ik doen als ik behandeld wordt met antistolling en ik ontdek dat ik zwanger ben?

Sintrom(itis) (=Acenocoumarol) en Marcoumar (=Fenprocoumon) passeren de placenta (moederkoek) en zijn gevaarlijk voor het kind in de eerste 12 weken. Of u deze middelen na die 12 weken kunt gebruiken is niet erg duidelijk. Om geen risico te lopen is het beter om bovengenoemde tabletten helemaal niet te gebruiken tijdens de zwangerschap. In plaats daarvan kunt u behandeld worden met laagmoleculaire heparines (injecties). Als u een indicatie heeft, moet u dus wel 9 maanden prikken. Geef een zwangerschap dus altijd zo snel mogelijk door aan uw behandelend specialist/huisarts en eveneens aan je doseerarts van Begeleide Zelfzorg. Dit kan via de website.

Wat kan ik zelf doen om veilig met antistollingsmiddelen om te gaan?

sBZ ziet veel in de aanpak van de minister van VWS om trombosezorg veiliger te maken. Kern onderdelen zijn een goede communicatie, een heldere aanpak en samenwerking met en rondom de patiënt. Dit moet goed vastgelegd, opgevolgd en afgesproken worden.

sBZ is al sinds 2007 actief bezig met het betrekken en informeren van mensen die antistollingsmiddelen gebruiken. Bijvoorbeeld door het eenvoudig te maken om met ons te communiceren, werken wij samen aan het veiliger maken van de antistollingsbegeleiding.

Zo is het belangrijk:

  • Als u medicatiewijzigingen heeft, dit via een chatbericht op uw eigen beveiligde - pagina door geeft;
  • Als u antibiotica gaat gebruiken, dit laat weten;
  • Als u tabletten vergeten hebt (één of meerdere) dit aangeeft bij uw nieuwe meting. Dan zien uw doseerartsen wat de invloed daarvan op de INR is;
  • Registreert u goed als u (kleine) complicaties heeft;
  • Als u een ingreep moet ondergaan, zoals bijvoorbeeld bij een tandarts, laat ons dat dan weten.

De website en het zelfmeetapparaat
Ik heb een nieuw doosje strips voor mijn Coaguchek meter, hoe wijzig ik de code?

Aan de zijkant (links) van de meter is een chip ingevoerd. In uw doosje strips zit een nieuwe chip. De nieuwe chip kunt u vervangen door de oude chip en vervolgens kunt u uw nieuwe strips gebruiken.
 

Hoe kan ik mijn INR waarde doorgeven via de website?

Hiervoor moet u altijd eerst ingelogd zijn met de gebruikersnaam en het wachtwoord die u van sBZ heeft ontvangen. Op het beveiligde deel van de website kunt u op uw persoonlijke pagina de nieuwe waarde doorgeven.

Wat moet ik doen als mijn arts mij niet verwijst naar het zelfmeten?

Aangezien de methode van sBZ nog maar een aantal jaar mogelijk is weten nog niet alle artsen van het bestaan af. Als u wel graag gebruik wilt maken van deze methode kunt u de informatie doorgeven aan uw arts of contact opnemen met ons zodat wij de arts benaderen en zorgen voor de aanmelding. U kunt u zelf ook direct aanmelden via deze link

Waarom adviseren steeds meer artsen het zelfmeten?

Door zelf te testen hebben patiënten een betere controle over hun eigen gezondheid op verschillende manieren. Het geeft ze de mogelijkheid vaker te testen waardoor is gebleken dat de waarden minder schommelen en complicaties beter vermeden worden. Daarbij staat het hen toe om thuis te testen, dit drukt de kosten, tijd en het ongemak van het reizen naar de trombosedienst. Ten slotte omdat de arts, wanneer u daar toestemming voor geeft, inzicht heeft in uw waarde en de doseringsarts de dosering sneller kan aanpassen. Hierdoor kunnen complicaties vermeden worden.

Kan ik mezelf aanmelden voor deze methode?

Ja via de website kunt u zichzelf aanmelden voor deze methode. Dit kan via deze link. Wel zullen we daarna altijd om toestemming en verdere gegevens vragen bij uw behandeld specialist.

Wordt de meter tussentijds ook gecontroleerd?

Elk jaar wordt de Coaguchek XS meter op één van de steunpunten gecontroleerd met het moederapparaat. Bij de INRatio2 meter is dit niet nodig omdat er een automatische controle ingebouwd is. De meters zijn hoogst betrouwbaar maar indien er iets ontbreekt of reparatie vergt krijgt u een vervangend apparaat van ons.

Mag mijn meter door de douanescan op de luchthaven?

De meter kan het beste in de handbagage worden vervoerd. Daarbij is aan te raden een verklaring van sBZ of uw behandelend arts mee te nemen, waaruit blijkt dat u de meter nodig heeft uit medische overweging. Zowel de Coaguchek XS als de INRatio2 kan overigens door de douanescan.
De op naam gestelde verklaring voor de douane vindt u, als u bent ingelogd aan de linkerkant van uw Meetwaardenoverzicht.
 

Het lukt mij niet om mijn doseerschema of vakantiebrief te printen, hoe los ik dit op?

Dit probleem treedt waarschijnlijk op door de instellingen van uw web browser (het programma waarmee u het internet op gaat). U dient pop-ups van www.begeleidezelfzorg.nl toe te staan, om onderdelen van uw site te kunnen printen.

Heeft u een PC met Windows en gebruikt u Internet Explorer (versie 7 of 8)?
In dat geval kunt u 2 dingen doen: 

  1. Een 'eenmalige oplossing': een rechtermuisklik met CTRL op de toets "brieven afdrukken"
  2. Een wijziging van uw settings, door tabs toe te staan van "begeleidezelfzorg.nl"
    In de Nederlandse versie:
    Extra > Internet opties > Algemeen > Instellingen
    Of in de Engelse verse:
    Tools > Internet Options > op de tab General > Tabs > Settings

U vindt meer over deze instellingen in IE door hier te klikken.

Gebruikt u Firefox, dan kunt u hier meer vinden
Gebruikt u Google Chrome, dan vindt u hier meer informatie
Gebruikt u Safari ? Dat wordt voorlopig niet ondersteund op onze site. U kunt het beste FireFox of Google Chrome downloaden. Wij maken bekend wanneer het ook goed mogelijk is onze site met Safari te gebruiken.
 

Ik heb een nieuw doosje strips voor mijn INRatio2 meter, hoe wijzig ik de code?

Op elke stripverpakking staat een code. Wanneer u een nieuwe strip invoert wordt er eerst gevraagd om een code. Door op 'OK' te drukken gaat u akkoord met de code. Wanneer de code niet hetzelfde is als uw vorige doosje strips kunt u via het pijltje naar beneden of boven de nieuwe code invoeren. Elke letter of cijfer kan door de pijltjes toetsen gewijzigd worden en middels de 'OK'-knop kunt u door naar de volgende. Wanneer u de code heeft gewijzigd vraagt de meter nogmaals om akkoord. Wanneer de code juist is drukt u nogmaals op 'OK'. 

Wat moet ik zelf doen, als ik ga zelfmeten?

Zelfmeten, indien goed begeleid, is veilig en comfortabel. sBZ vindt de samenwerking met de patiënt heel belangrijk. Wij informeren de patiënt over alle belangrijke zaken aangaande antistolling. En patiënten houden ons goed op de hoogte, als zij bijvoorbeeld een dag vergeten zijn hun pillen te slikken. Maar ook bij chirurgische ingrepen, bij het gebruik van nieuwe medicatie of bij koorts. Dan kunnen wij de dosering indien nodig aanpassen.

In een cursus wordt uitgelegd welke informatie wij met elkaar delen en wat daar het belang  van is. Het spreekt dus vanzelf dat patiënten die begeleid worden door sBZ ook regelmatig een meting uitvoeren. Zodat sBZ u goed kan begeleiden.

Ik reis veel, of overwinter in het buitenland. Kan ik dan wel zelfmeten ?

sBZ begeleidt momenteel patiënten in alle werelddelen. Van ontwikkelingswerkers in Afrika en zeilers in de Carribean tot backpackers in Zuid-Oost Azië en overwinteraars in Spanje. Voor patiënten die tenminste nog zes maanden antistollingsmedicatie moeten gebruiken en verzekerd zijn bij een Nederlandse zorgverzekeraar, wordt onze begeleiding dan ook in het buitenland vergoed.

Wat natuurlijk wel van belang is, voor ons contact, is dat u een betrouwbare internet toegang heeft, dat u geregeld uw e-mail leest. En dat u uw meting zorgvuldig en op tijd uitvoert. Dat geeft u vrijheid. En of het nu in de heuvels van Zuid Limburg is, of in de binnenlanden van Suriname… wij werken samen aan een veilige antistollingsbegeleiding.


Foutmeldingen op het zelfmeetapparaat Coaguchek XS
Error 3

De vervaldatum van de teststrook is overschreden
Oplossing: Controleer eerst of de datum van de meter juist is ingesteld (zie hoofdstuk 2). Als de datum niet goed is ingesteld, moet u deze aanpassen. Als de datum klopt, zet u de meter uit, verwijdert u de codechip en teststrook en vervangt u deze door een nieuwe teststrook met bijbehorende codechip.

 

Error 4

De teststrook is defect
Oplossing: Zet de meter uit, verwijder de teststrook en voer deze opnieuw in. Als de foutmelding opnieuw in het display verschijnt moet u de defecte teststrook vervangen door een nieuwe teststrook.

Error 5

Fout bij het opbrengen van het monster op de teststrook
Oplossing: Zet de meter uit en verwijder de teststrook. Herhaal de meting vervolgens met een nieuwe teststrook.
 

Error 6

Fout bij meetprocedure
Oplossing: Zet de meter uit en verwijder de teststrook. Herhaal de meting met een nieuwe teststrook. De teststrook mag tijdens de meting niet worden aangeraakt of verwijderd.
 

Error 7

Fout bij de meetprocedure, veroorzaakt door het opgebrachte monster
Oplossing: Zet de meter uit en verwijder de teststrook. Herhaal de meting met een nieuwe teststrook en voer een nieuwe vingerprik uit. De teststrook mag tijdens de meting niet worden aangeraakt of worden verwijderd.
 

Error 8

Fout bij interne functietest van de meter
Oplossing: Zet de meter uit en verwijder de batterijen. Laat het apparaat minstens één minuut zonder batterijen staan en plaats de batterijen dan weer in het batterijcompartiment. Stel de datum en tijd in en herhaal de meting. Als de foutmelding opnieuw wordt weergegeven is de meter mogelijk kapot. Neem in dit geval contact met ons op, door een e-mail te sturen naar arts@begeleidezelfzorg.nl
 

Error 000

Tijdsoverschrijding. U heeft te lang gewacht met het aanbrengen van de druppel bloed op de teststrook (langer dan 180 seconden).
Oplossing: Zet de meter uit, verwijder de teststrook en voer een nieuwe meting uit met dezelfde teststrook.
 

Error QC

De teststrook voldoet niet aan de eisen van de interne kwaliteitscontrole (QC=Quality Controle) van de meter. De teststrook is defect.
Oplossing: Zet de meter uit en verwijder de teststrook. Herhaal de meting met een nieuwe teststrook. Als deze foutmelding opnieuw verschijnt, dan kunt u contact met ons opnemen door een e-mail te sturen naar arts@begeleidezelfzorg.nl


De codechip ontbreekt, is verkeerd in de meter geplaatst of is beschadigd.
Oplossing: De codechip plaatsen of verwijderen en opnieuw plaatsen.


De teststrook is defect of het is geen CoaguChek PT-teststrook.
Oplossing: Verwijder de teststrook. De foutmelding verdwijnt en de meter is weer klaar voor gebruik.
 


De meter is voor het correct uitvoeren van een meting te koud of te warm.
Oplossing: Zet de meter uit en laat hem ongeveer 30 minuten bij kamertemperatuur (+18°C tot +32°C) staan.


Batterijen zijn leeg
Oplossing: Plaats nieuwe batterijen


Foutmeldingen op het zelfmeetapparaat INRatio2

Batterijvermogen is laag. Er is echter nog voldoende stroom om een test uit te voeren.

Vervang de batterijen zo snel mogelijk.
 


Batterijvermogen is zeer laag.
Er is niet voldoende stroom om een test uit te voeren en de INRatio2 zal na ongeveer 30 seconden worden uitgeschakeld. Vervang onmiddellijk de batterijen.


Omgevingstemperatuur is te koud.
Verplaats het meetapparaat naar een warmere locatie en probeer het met een paar minuten opnieuw.
 


Omgevingstemperatuur is te warm.
Verplaats het meetapparaat naar een koelere locatie en probeer het met een paar minuten opnieuw.


De INRatio2, strips en/of omgevingstemperatuur is te koud om verder te gaan met de test.
Zorg ervoor dat de INRatio2 en strips zich binnen het temperatuurbereik van het apparaat bevinden. Verplaats de INRatio2 en strips naar een warmere locatie, herhaal vervolgens de test binnen een paar minuten met een nieuwe strip.


De INRatio2, strips en/of omgevingstemperatuur is te warm om verder te gaan met de test.
Zorg ervoor dat de INRatio2 en strips zich binnen het werkbereik van het apparaat bevinden. Verplaats de INRatio2 en strips naar een koelere locatie, herhaal vervolgens de test binnen een paar minuten met een nieuwe strip.


U hebt een bloedmonster aangebracht op de teststrip voordat de INRatio2 volledig was opgewarmd of u hebt een gebruikte teststrip ingebracht.
Herhaal de test met een nieuwe teststrip. Wacht totdat u wordt gevraagd om een bloedmonster aan te brengen.


U hebt te weinig bloed aangebracht om de teststrip mee te vullen.
Herhaal de test met een nieuwe teststrip. Voeg GEEN extra bloed toe aan de teststrip.


De stripcode is ongeldig.
Voer de juiste code opnieuw in. Begin met het eerste cijfer.


Het QC1-testresultaat ligt beneden het controlebereik van het apparaat.
Herhaal de test met een nieuwe teststrip. Als dit bericht blijft verschijnen, belt u sBZ voor hulp op 020 737 00 81.


Het QC1 testresultaat ligt boven het controlebereik van het apparaat.
Herhaal de test met een nieuwe teststrip. Als dit bericht blijft verschijnen, belt u sBZ voor hulp op 020 737 00 81.


Het QC2 testresultaat ligt onder het controlebereik van het meetapparaat. Herhaal de test met een nieuwe teststrip. Als dit bericht blijft verschijnen, belt u sBZ voor hulp op 020 737 00 81.


Het QC2 testresultaat ligt boven het controlebereik van het apparaat. Herhaal de test met een nieuwe teststrip. Als dit bericht blijft verschijnen, belt u sBZ voor hulp op 020 737 00 81.


Waar in het voorbeeld hiernaast NNN staat kunt u cijfer 1,2,3 of 4 krijgen. Er is dan een fout opgetreden bij de berekening van de INR. Er kan een probleem zijn met het apparaat en strips. Onthoud de code. Herhaal de test met een nieuwe teststrip. Als dit bericht blijft verschijnen, belt u sBZ voor hulp op 020 737 00 81.


Uw testresultaat ligt boven uw persoonlijke streefwaarde. Voer de meetwaarden wel in op uw eigen beveiligde site van sBZ.


Testresultaat ligt onder uw persoonlijke streefwaarde. Voer de meetwaarden wel in op uw eigen beveiligde site van sBZ.
 


Nog vragen?
Kies onderwerp
Uw vraag
Uw e-mail

 


U bent nu hier: NL > Zelfmeten > Veel gestelde vragen